De kaart is niet het terrein

Geschreven door Daan Noordeloos in Cultuur · 31 Aug 4 min

Organisatieculturen laten zich niet makkelijk typeren.

De meeste indelingen zijn eerder stereo-typisch dan arche-typisch. Ze beschrijven een gemiddelde dat herkenbaar is in de verte maar zelden precies klopt zodra je dichterbij komt. Dat is niet per se een probleem: een model vereenvoudigt de werkelijkheid, en dat is precies de bedoeling. Het maakt een gesprek mogelijk dat anders niet te voeren is. Als je maar rekening houdt met het feit dat het terrein en de kaart niet hetzelfde zijn.

De kaart is niet het terrein. Maar het terrein geeft je wel veel informatie die je in kaart moet brengen.

Klik op het Kompas om de cultuur van jouw organisatie te achterhalen!

De zes terreinen gaan over de bodem waarover je loopt. Ze beschrijven wat er gaande is, of zelfs mis is, in de omgeving die ontstaat als een van de onderliggende mechanismen uit verhouding raakt. Niet als hokje, maar als herkenbaar landschap. En landschappen herken je als je ze betreedt, lang voordat je ze kunt benoemen.

Drie meta-mechanismen, zes terreinen

Elk van de drie mechanismen die cultuur voortbrengen (verschil, uitwisseling en inperkingen) kennen twee faal-richtingen: te sterk en te zwak. Dat levert zes terreinen op.

De Klif. Verschil is te groot geworden. Het systeem versplintert in onoverbrugbare afstanden. Van bovenaf lijkt het probleem altijd kleiner dan het is. Dat is de asymmetrie die het lastigst is: wie boven staat, ziet de kloof niet.

De Vlakte. Verschil is te klein. De oriëntatiepunten zijn verdwenen. Ieder idee is even goed, en juist daardoor komt er niets bovendrijven. Een aangename, conflictarme omgeving waarin niets opvalt, omdat opvallen hier niet gebeurt.

Het Moeras. Uitwisseling is doorgeslagen. Alles wordt besproken, iedereen wordt gehoord, elke stap vraagt afstemming, en precies daardoor komt er geen stap. Vergadermoeheid en een drukte die zichzelf als samenwerking ervaart.

 

 

De Eilanden. Uitwisseling is weggevallen. Het systeem valt uiteen in zelfvoorzienende delen zonder verkeer ertussen. Afdelingen die langs elkaar heen werken. Kennis die niet reist.

Het Oerwoud. Inperkingen zorgen voor een dichtgegroeid terrein. Regels en ongeschreven normen stapelen zich op tot een begroeiing die zichzelf herstelt. Kap een pad vrij en het groeit weer dicht. Het verstikkende zit niet in de dichtheid maar in het ontbreken van gereedschap om er iets tegen te doen.

De Zandverstuiving. Inperking ontbreekt. Het terrein blijft niet liggen. Geen stabiele kaders, niets verankert. Elk baken dat je plaatst is de volgende dag verplaatst of verdwenen. Vaak een acute fase na een schok of verlies van richting.

Terreinen komen zelden alleen voor

Eén kanttekening voordat je aan de slag gaat met het identificeren van deze terreinen. Een organisatie vertoont zelden één zuiver terrein. Vaker liggen er twee of drie over elkaar, en verschilt het bovendien per team. Een MT kan vastzitten in het Moeras terwijl de teams eronder kampen met de Eilanden. Een fusieorganisatie vertoont tegelijk kenmerken van de Zandverstuiving op directieniveau en het Oerwoud in de uitvoering.

Dat is geen tekortkoming het is de realiteit van het werken met subculturen.

De terreinen zijn ook niet altijd problematisch. Een team dat bewust in de Vlakte opereert omdat ze rust nodig hebben na een intensieve periode, doet iets heel anders dan een team dat er ongemerkt in is weggezakt. De vraag is eigenlijk nooit welk terrein dit is, maar wat het mechanisme eronder voortbrengt, en of dat functioneel is gegeven de context.

Hoe herken je ze?

Terreinen kondigen zich zelden aan met een bordje. Ze laten zich lezen in wat mensen zeggen, wat ze niet zeggen, en hoe ze bewegen.

In een schoolbestuur dat al jaren praat over onderwijsvernieuwing maar nooit een beslissing neemt: het Moeras. Iedereen wordt gehoord, het draagvlak wordt geborgd, en de urgentie verdampt in de vergadercyclus. Het signaal: werkgroepen die andere werkgroepen voorbereiden.

In een zorginstelling na een fusie: de Eilanden. De thuiszorgteams en de verpleeghuisteams werken naast elkaar, delen geen cliëntinformatie, hebben elk hun eigen taal. Het signaal: “dat is bij ons anders” als standaard antwoord op elke vergelijking.

In een commercieel bedrijf dat in vijf jaar drie reorganisaties heeft meegemaakt: de Zandverstuiving. Nieuwe leidinggevenden, nieuwe prioriteiten, nieuwe kernwaarden. Ervaren medewerkers wachten af tot ook dit overwaait. Het signaal: cynisme dat zich voordoet als nuchterheid.

In een professionele dienstverlener met sterke vakgroepen die elk hun eigen P&L bewaken: de Klif. Samenwerken kost meer dan het oplevert, dus het gebeurt niet. Het signaal: interne doorbelasting die uitgebreider wordt bijgehouden dan klantfacturen.

In een overheidsorganisatie met tientallen beleidsdocumenten die elkaar tegenspreken: het Oerwoud. Elke procedure is ooit een oplossing geweest voor een probleem. Samen vormen ze een begroeiing die vereenvoudiging onmogelijk maakt. Het signaal: de enige mensen die weten hoe het werkt, mogen niet met pensioen.

In een startup die zijn snelste groeifase voorbij is maar nog geen structuur heeft gebouwd: de Vlakte. Iedereen is gelijk, alles is bespreekbaar, en niemand durft te zeggen wat prioriteit heeft. Het signaal: vergaderingen zonder beslissingen, beslissingen zonder eigenaar.

Wat kun je doen?

De terreinen zijn geen einddiagnose. Ze zijn het beginpunt van een gesprek. Drie manieren om daarmee aan de slag te gaan, van laagdrempelig naar diepgaand.

1. De verhalen-werkvorm

Dit kun je morgen al doen met je team. Vraag iedereen twee verhalen te verzamelen over hoe er in het team wordt gewerkt. Eén verhaal dat goed illustreert hoe je zou willen dat het altijd gaat. En één verhaal dat het tegenovergestelde laat zien.

Deel de verhalen in de groep. Stel verklarende vragen, maar ga niet in discussie. Geef iedereen drie stickers om te plakken bij de verhalen die hen het meest raken. Dan volgt een brainstorm: hoe creëren we meer verhalen zoals dit en minder zoals dat?

Verhalen brengen de beleving van mensen naar boven zoals die wordt ervaren, niet zoals ze denken dat die hoort te zijn. En ze laten zien welk terrein dominant is, zonder dat je er een naam aan hoeft te geven.

2. Het TCO (Teamcultuuronderzoek)

Als je verder wilt dan één gesprek, is een systematisch onderzoek de volgende stap. Niet een vragenlijst die iedereen invult en niemand leest, maar een aanpak op basis van verhalen die door de deelnemers zelf worden beoordeeld op de aanwezigheid van cultuurthema’s.

Binnen één week weet je welke patronen in jouw team drijven en welke remmen, welk terrein dominant is en waarvoor het ooit een oplossing was, en wat je er de maandag daarna concreet mee kunt doen.

Intro-tarief: €1.500 all-in, inclusief de werksessie met je team. Meer weten? Klik hieronder.

Een aankondiging

De zes terreinen zijn een van de instrumenten uit Expeditie Cultuurontwikkeling, een boek dat in de zeer nabije toekomst verschijnt. Daarin werken ze samen met het kompas, de peilstok en het logboek als onderdeel van een samenhangende methode voor cultuurontwikkeling op teamniveau.

De kaart is niet het terrein. Maar het terrein vertelt je alles, als je weet waar je op moet letten.

Meer informatie over het TCO lees je hier.