Waarom richting, en niet een stand van zaken
Een cultuuronderzoek levert een momentopname op, en die wordt vervolgens gelezen als eindstand. Daar gaat het mis. Een organisatie staat niet stil. Ze is voortdurend in beweging, en de enige informatie waar je iets aan hebt is de richting van die beweging en de snelheid ervan.
Daar komt bij dat een score op organisatieniveau makkelijk misleid. Een gemiddelde kan twee volstrekt verschillende situaties beschrijven: een cultuur die werkelijk gedeeld is, of een rekenkundig midden tussen teams die alle kanten op bewegen. Juist het geval dat de meeste aandacht vraagt, teams die ver van elkaar staan zonder dat iemand die afstand overbrugt, ziet er in het gemiddelde het meest onschuldig uit.
Wij kijken daarom niet naar het gemiddelde. Het verschil tussen teams is geen ruis. Het is de bevinding.
Wat we doen: vertragen
De inzichtsfase vraagt een andere snelheid dan de rest van het werk. Organisaties die permanent in de actiestand staan, nemen alleen nog waar wat in die stand past. Wat langzaam gaat, wat schuurt, wat niemand hardop zegt, valt buiten beeld. Vertragen onderbreekt dat. Het maakt ruimte voor waarnemen voordat er geduid wordt, en voor duiden voordat er wordt gehandeld.
Dat vertragen roept vaak weerstand op. Het voelt als tijd verliezen. In de praktijk is het bijna altijd het moment waarop het gesprek voor het eerst ergens over gaat.
Waar we naar kijken
De verhalen. Teamleden vertellen hoe op hun afdeling doorgaans problemen worden opgelost. Ze beoordelen hun eigen verhaal ook zelf op een aantal thema’s. Dat is een bewuste keuze: de interpretatie blijft bij degene die de ervaring heeft, en niet bij een externe analist die er betekenis aan geeft.
De richting. Uit die verhalen komt de positie van een team en de kant die het op beweegt. Dat maakt zichtbaar hoe ver teams van elkaar af staan en hoe de organisatie als geheel zich verhoudt tot wat haar omgeving vraagt.
De verhoudingen. Welke teams zijn van elkaar afhankelijk, hoe goed werken ze samen, en hoe verhoudt zich dat tot hun culturele afstand. Die derde laag is nodig omdat culturele afstand en goede samenwerking niet hetzelfde zijn. Teams die dicht bij elkaar staan kunnen elkaar juist beconcurreren, omdat ze op hetzelfde terrein opereren.
Waar deze elkaar tegenspreken, wordt het interessant. Tegenstrijdige uitkomsten zijn geen meetfout. Ze laten zien waar het officiële verhaal en de dagelijkse praktijk uit elkaar lopen, en dat is meestal het scherpste punt in de analyse.
Wat het oplevert
Een beeld dat mensen herkennen als hun eigen werkelijkheid. Geen oordeel over wie het goed of fout doet, maar inzicht in welke patronen jullie hier hebben, wat die patronen ooit oplosten, en wat ze nu kosten.
En daarmee een gesprek dat anders verloopt dan het gesprek dat jullie tot nu toe voerden.
Wat het niet is
Geen dik rapport. Geen benchmark tegen een sector die niet op jullie lijkt. Geen advies van buiten over wat jullie zouden moeten vinden. En zeker geen eindpunt.
Een analyse die niet leidt tot een interventie, en waarvan de uitkomst nooit tegen de werkelijkheid wordt aangehouden, is methodisch onaf. De reactie van het systeem op de eerste stap is het echte toetsmoment.
Zoek je extra verdieping? Lees dan meer over de Interventiedomeinen.
Of lees hier meer over onze diensten of neem contact op een verkennend gesprek.